Bits voorheen

mat van der heijden

Bits 27-04-18

Performance "Zonder Hand", 20 april 2018, Huis van de Gemeente, Panningen

Zonder Hand 01

Wekelijks verschijnt een nieuwe
BITS.
Op de hoogte blijven?

Mail me

(svp je mailadres, o.v.v BITS)

§
Voorjaar 1986. Enkele maanden na het verlaten van de academie, kom je met Peter naar Maastricht. Jullie willen mijn eerste werken zien, voor een mogelijke expositie in de schuilkelder van de lokale bibliotheek in Panningen, waar ook jouw atelier gehuisvest is.

Onder de indruk van de hoeveelheid en expressiviteit van mijn werk, besluiten we in augustus dat jaar een tentoonstelling te organiseren. Voor de opening improviseren we een muzikale inleiding (jij op dums, Ed op gitaar) en een schildersuitvoering op een groot, zwart, plastic zeil.
We doen maar wat, maar wat we doen, doen we met een overgave die grenst aan het onmogelijke kunnen van een eenentwintig jarige.

§ Het zal een uur of zes in de ochtend zijn geweest, als ik in mijn rode Opel Kadet Maastricht achter me laat. De zon verschijnt al vroeg aan een helblauwe hemel en ik verzet mijn achteruitkijkspiegel ietwat om niet verblind langs de rookpluimen van het DSM-complex richting Helden te rijden. Maastricht voorgoed achter me latend.
Thuisgekomen omhelst mijn moeder me intens. Maar ik wil naar boven, naar je slaapkamer, je bed, je zijn.
Je haar voelt zacht, met klamme hand streel ik het voorzichtig achterwaarts. Je wordt niet meer wakker.

§ Ritme. Het neigt naar de basis van je bestaan. Hoewel je beelden op papier en doek, maar ook letterlijk in je poŽzie, naarstig op zoek zijn naar vergane esthetiek, blijft de eenvoud van de beat van je leven, je wezen bepalen.
Op je knieŽn schuifel je tergend langzaam over het papier. Met bezweet voorhoofd roteert je arm in afwisselende richtingen over het werk dat langzaam het onderliggende straatbeeld zichtbaar maakt. Uren dwaal je stukje bij beetje over je tedere universum. Hoewel je lichaaam steeds meer protesteert, je fysiek daar op je knieŽn zijn grenzen bereikt, ontstaat een wonderlijk reliŽf onder je handen, dat er natuurlijk al lang was, maar nu door jouw toedoen een gezicht krijgt en maakt dat je nog uren door kunt wrijven.
Je vergeet de wereld, de dingen die je nog wil maken, wat half is blijven liggen, wat kunst zou moeten worden.
Ik zie de ronde bewegingen van je armen, het voorzichtig wrijven, het haperen en scheuren, de vezels van het eens zo egaal gewassen papier, nu opzichtig getekend door het gesteente van de aarde voor je huis.

Maar bovenal zie ik je ritme, je komt er nooit meer vanaf.

§ Ik ben nogal van het tellen. Letterlijk wel te verstaan. Hou erg van lijnen, rasters en structuur. Dat geeft, in tegenstelling tot wat velen denken, een enorme vrijheid.

Een beeld is pas een beeld als het een relatie met een ander zichtbaar element aangaat. Zoals stilte slechts bestaat nadat ervoor en erna een geluid hoorbaar is. Een simpele lijn maakt dat het beeld links, rechts, boven of onder staat. Met twee lijnen kan ik iets in het midden zetten, of juist helemaal aan de rand. In feite is het kader van een schilderij ook een lijn. Alles wat er buiten valt, is weliswaar niet zichtbaar aanwezig, maar wordt door mijn brein afgemaakt buiten het gezichtsveld. Een half hoofd schilderen kan; een half hoofd zien daarentegen wordt moeilijk. Door te tellen, breng ik talloze, op zichzelf staande beelden in kaart. Als ik tel, trek ik eindeloos onzichtbare lijnen, structuren en rasters.

Tellen helpt; ik ben er als ik tel.

§ In 52 vierkantjes schuif ik, al dan niet geklonterd, van linksonder naar rechtsboven door mijn tweeluik. Linksboven plaats ik pap. Hij krijgt een andere structuur. Samen vormen we het beeld. Het moet groot en de drager, de houtnerf, moet zichtbaar aan het oppervlak blijven. Dit gaat ergens over.

§ Als men me ernaar vraagt, geef ik altijd aan mijn academietijd in Maastricht te hebben doorgebracht. Zelden voeg ik er aan toe, na drie jaar te zijn gestopt om de praktijk in te stappen.
Ontelbare keren heb ik mezelf daarvoor moeten verantwoorden, al hoeft dat natuurlijk niet, maar ik was en ben nog steeds volledig overtuigd van de juistheid van dat besluit. Het was geen afhaken, geen vluchten, geen ondoordachte impulsieve handeling. Mijn functioneren aldaar verliep uitstekend, met prima cijfers en zo nu en dan de nodige emotionele discussies. Maar het voelde niet goed. Ik zat er niet meer op mijn plek.
Wat ik in de wereld om me heen ervoer, zag in het Stedelijk in Amsterdam of op de Documenta in Kassel, dat was waaraan ik deel wilde nemen.

Zelf doen.

Ik zat op de bank in de woonkamer tussen de TV en de staande schemerlamp, die je zelf op de draaibank had vervaardigd. Jij op de brede bruimlederen stoel, mam, zorgelijk, op de bijbehorende driezitter ernaast. Met het zweet in mijn handen vertelde ik halverwege mijn derde studiejaar mijn stoute plannen, vol overtuiging, maar toch...
Later in bed, bleef je wonderbaarlijke begrip door mijn hoofd zoemen: "Mat, als jij denkt dat je het zo moet doen, dan moet je het zo doen".

Hoeveel meer kun je iemand geven?

§ Gehuisvest in Roermond en werkende op atelier in mijn ouderlijk huis, bleef ik Ed nog regelmatig bezoeken in Maastricht. We waren klas- en huisgenoten en deelden vol passie dezelfde dagelijkse bezigheden. Ed had inmiddels een atelier op De Ravelijn, een half klaslokaal in een leegstaand en nogal onderkomen schoolcomplex in een buitenwijk van Maastricht. Het gymzaaltje diende als expo-ruimte en tezamen met de overige huurders werd zo af en toe iets georganiseerd.
Los zand.
Met Sjaak heb ik er een performance, getiteld: "Sinfonia del aparato frigorifico in K's" uitgevoerd. We hadden drie koelkasten op het podium opgesteld, welke dienst deden als klankkasten. Tussen de koelkasten waren snaren gespannen, die aangeslagen prachtig resoneerden in de kille zaal. Afwisselend sloeg Sjaak met een stok op een voor hem liggend stuk kaas en een aan het plafond hangende trommel van een wasmachine. Alles electronisch versterkt, waardoor een vreemde galm door het lokaal bleef zoemen. Afsluitend blies ik op een tuinslang, die op een van de koelkasten was aangesloten, waarmee een vreemd snerpend trompettergeluid het ritmisch slagwerk van Sjaak begeleidde. Alles in het wit. Alsof we met een enorme zuiverheid tijd en geluid in de koelte van het moment wilden conserveren. Letterlijk.

Maar de passie waarmee ik mijn werk en dadendrang ook in Roermond bij een nieuw Kunstcollectief, L5, bleef volharden, nam bij Ed langzaam af. Met het altijd aanwezige geldgebrek, de zoektocht naar een nieuw sociaal bestaan en het afzeggen van zijn atelier, verwaterde ons contact. Waar we enkele jaren daarvoor nog zo onbevangen begonnen aan onze opleiding om vervolgens meteen in het diepe te springen, waar we zo hoopvol en energiek ons zelfbeeld de wereld in wierpen, waar we vol overtuiging ons zelf op de kaart zouden gaan zetten, hebben we elkaar beetje bij beetje losgelaten.
Ik heb hem nooit meer gezien.

Als ik in het voorjaar van 2017 mijn BITS schrijf over een bezoek aan Werchter 1985, memoreer ik je bijzijn Ed, als voormalig huisgenoot en chauffeur van de nachtelijke rit terug naar ons gezamenlijk huis in Maastricht. Omdat je naam zo specifiek in mijn stukje ter sprake komt, besluit ik na zoveel jaar contact op te nemen om je in ieder geval mee te geven dat je persoon op mijn site zal verschijnen.
Te laat; je bent reeds twee jaar daarvoor op vijftigjarige leeftijd overleden na een ziekbed.
Ik besluit impulsief je deelgenoot te maken van het tweeluik waaraan ik dan al voorzichtig ben  begonnen.

Stekelig verschijnt een zwarte ster achter een dito wolk. Ed is dead. En dat blijft voorlopig zo.

§ Met heel veel plezier verknip ik je stropdassen en plaats ze kriskras door elkaar op de voor me liggende multiplex plaat. Het zijde kleurt wonderbaarlijk mooi door het invallende zonlicht. Schittering.
Wat een rare dingen toch, die stropdassen, Je droeg ze eigenlijk bijna nooit. Zo mooi gemaakt, afgewerkt en aan de achterzijde voorzien van fabrikant, afkomst, materie en wasvoorschrift. Hoewel eenduidig van vorm, toch steeds wisselend van lengte en breedte en zo divers van kleur en print. Tientallen mensenhanden moeten zich hebben ontfermd over het ontwerp, de fabricage en verkoop van dit wereldwijde artikel. Ik besluit me te beperken tot een gering aantal kleuren. Ook de keuzes voor de print probeer ik wat strakker te houden, waardoor het te maken patroon op board straks geen schreeuwerig karakter krijgt. Zo was je niet.
Het is een geweldige bezigheid je stropdassen hier zo te formeren tot een patroon in de linkerbovenhoek van mijn werk. Als alles op een voor mijn gevoel passende wijze op board ligt, besluit ik het te laten liggen tot de volgende dag.
Uitstel.

§ Achterwaarts verlangen. Soms verlang ik naar de dagen die nog komen, maar dan zonder de dingen die onomkeerbaar zijn gepasseerd. De momenten dat we samen kijken naar het beeld dat ik van je maakte, toen je er al niet meer was.
Je ziet jezelf, maar dan door mij.

§ Vanochtend heb ik voor de zoveelste keer je papierwerk met enkele knijpers en touwtjes aan de muur gehangen. Het werk krult onder en boven nog steeds wat naar binnen, maar dat moet dan maar zo. Het blijft papier.
Het is erg druilerig weer, dus is mijn atelier verlicht met enkele heldere TL-bakken, welke ook de op het eerste oog minder zichtbare oneffenheden bloot leggen. Ik besluit je werk van heel nabij te bekijken om te zien of het aantal bobbels te tellen is. Dat wil zeggen; ik besluit een stuk van 10 bij 10 cm te tellen, om dat aantal later over het gehele oppervlak te vermenigvuldigen.
Zover ga ik niet komen.
Behalve het detail, springt namelijk ook de lichte kleurschakering erg in het oog op deze afstand. En met de kleur, de beweging. En met de beweging, het ritme. Voor ik het goed en wel in de gaten heb, dwalen mijn ogen en gedachten over je werk en hoewel nog steeds van zo dichtbij, treft me wederom de universele schaal van wat je hebt gedaan.

§ Ooit was de wereld plat. Van boven gezien, strekte het zich eindeloos uit. Van links naar rechts, van achter naar voor. En je kon er wandelen. Tot je laatste adem.
Ik weet nog dat ik er met Laika dagen tochten liep. Gewoon van A naar B, nooit terug. Laika is een kruising tussen een Appenzeller en een Labrador. Appenzellers zijn driftige erfbewakers, Labradors vreetgrage speelmaatjes. Ik was je erf, ik was je maatje, we wandelden onafscheidelijk, ononderbroken. Onderweg kwamen we ze allemaal tegen, maar ze konden ons niet zien.
Na elke bocht verscheen weer een prachtig, nieuw pad.

§ Geel en groen, maar dan wel het juiste geel en groen. Ik wil het fragiele van mijn gedachtengoed zichtbaar houden en gebruik daarom bijna uitsluitend transparante kleuren in olieverf, een verf die van nature al slecht dekt, maar prachtig straalt. Door alle vlakken in drie of vier lagen aan te brengen, ontstaat een kleurintensiteit die zowel krachtig als kwetsbaar is. De houtskoollijnen enigszins zichtbaar, waardoor het oorspronkleijke plan onderhuids blijft broeien. Al schilderend echter, verdwijnen de aantallen en veranderen de clusters van vorm. Dan weer vergroot, dan weer diagonaal gehalveerd, dan weer samengevoegd, evolueert het werk voortdurend tijdens het aanbrengen van de eerste kleurlaag. Ik weet zelf nooit hoe het gaat werken en neem op de koop toe dat het plan met 52 vierkantjes straks geen 52 vierkantjes meer oplevert.

§ Je woont en werkt inmiddels in Helden in je eigen atelier als ik je bezoek. Je atelier, opgetrokken uit oude spanten van de varkenshokken van je ouderlijk huis in Egchel, ligt achter in je tuintje en na een uurtje, flink wat koffie en de nodige sigaretten verlaat ik via het halletje je huis. Bij de achterdeur staat je schoonvader een sierlijstje voor het schrootjesplafond met een ijzerzaagje verstek te zagen. Uiterst precies gaat hij te werk. Zuinig knikt hij me gedag. In alles herken ik je vrouw. Buiten gekomen, neem ik een flnke hap lucht, stap op mijn fiets en zet koers naar Roermond. Op weg naar huis weet ik dat ook wij uit elkaar gaan drijven.

§ Soms, zou ik willen dat ik je was. Dan denk ik, dat het ook beter zou zijn geweest. Dat alles dan veel beter te verteren viel. Niet dat ik het beter zou kunnen dragen, dat ik sterker of slimmer zou zijn. Maar alles zou hetzelfde en toch helemaal anders zijn. We zouden samen op vakantie gaan, samen fietsen, lachen, eten, drinken. Je zou mijn hand pakken en me voor altijd willen houden, Maar dan zou ik het zijn, die je daar zou laten.
Alleen, laten staan.

§ Nadat je me met Peter had bezocht in Maastricht, prikten we een datum voor de expo. Met een busje kwam Peter in augustus uit Tilburg, volgestouwd met louter recent werk. In Tilburg had ik van Peter eerder een kleine opstelling van zijn eindexamenwerk in een galerie gezien. Abstracte doeken met een donker en zeer tastbaar oppervlak, vervaardigd van allerhande ruw materiaal. Materie-kunst.
Uit zijn busje kwam een golf van kleur, van figuratie, van expressief geschilderde beweging, als had hij onlangs zijn nieuwe muze gevonden. Ik vond het prachtig, indrukwekkend en helemaal niet vreemd. Jij was met stomheid geslagen; hoe kan iemand in een half jaar tijd zo het roer omgooien?
We hebben nog een zeefdruk uitgewisseld, maar nooit meer gedrieŽn contact gehad. Niet veel later hoode ik dat Peter met een reizend theatergezelschap als "decorschilder/bouwer" de boer op was.
Ik ken enkel nog een "Facebook-Peter".

§ Omdat je zestig wordt, staat een tuinfeest op het programma. De overvloedige regenval heeft een nogal koude invloed op de avond, maar de nodige drankjes doen wonderen. Halverwege de avond neem je me even mee naar je atelier, waar zichtbaar zelden gewerkt wordt. Wel veel plannen. Je laat me uitgebreid zien wat je straks nog allemaal gaat maken. Aangezien de tijd me geleerd heeft mensen en werk te beoordelen op dat wat werkelijk heeft plaats gevonden en niet op wat allemaal nog te gebeuren staat, voel ik me met de minuut ongemakkelijker worden in de verstofte plannen om me heen. Totdat je een ferme rol uit een rek trekt en me het werk "Witness", laat zien.
Perplex.

§ Een zenuwoperatie aan je bovenbeen om een langdurig en zeurend getintel te verhelpen, brengt je naar het ziekenhuis in Maastricht. Ik zit net op kamers. Je moet een dag of drie blijven, dus kom ik je tijdens de avondvisite bezoeken. Hoewel je half rechtop in bed zit, toon je veel kleiner dan ik je doorgaans zie, als vader staand voor me.
Je kust me.
Er is verder geen bezoek en aangezien we aangaande je ingreep en huidige toestand eigenlijk weinig overleg nodig hebben, valt er geregeld een stilte. Je bent voelbaar niet op je gemak, je overlaten aan derden doet je geen goed. Als de zoemer het einde van het bezoekuur aankondigt, maak ik aanstalten mijn jas te pakken. Je pakt mijn onderarm en sommeert me gerust nog even te blijven. Zo streng zullen ze wel niet zijn.
Ik blijf nog enkele minuten zitten. Geen gesprek, gewoon erzijn. Buiten voel ik me opgelucht en schuldig.

Bitterlich.

§ Als ik 's ochtends wakker wordt, schittert de zon al volop door het dakraam. Ietwat suf, schuifel ik naar de badkamer. Tijdens het scheren, werp ik een blik naar buiten. Wonderbaarlijk groen voor de tijd van het jaar.
Beneden gekomen, zit Ka aan de keukentafel. Hij groet me vriendelijk. Of ik zo meteen even de maten van mijn partner Ankie en mijn twee dochters aan hem door kan geven, zodat zijn vrouw straks de kledingstukken kan naaien. Graag nu meteen, want hij vliegt zo weer terug, naar Laos.
Even Laika begroeten, maar buitengekomen is niets of niemand te bekennen. Het is bloedheet. Hoorbaar broeit de aarde onder mijn voeten.
Gehaast loop ik weer naar binnen. Mijn bovenbenen trillen. De vloertegels schuiven onder mijn voeten. Ik moet naar boven, terug naar bed.
Bezweet plof ik, nog geheel gekleed, op de lakens. Op mijn rug gelegen, trek ik mijn linkerbeen omhoog en plaats mijn rechterhand geopend op mijn borstbeen.
Geel en groen gekleurde patronen trekken over het gipsplatenplafond aan me voorbij.

Ik sluit mijn ogen en hoor enkel noten.


perfromance zonder hand 2

Reacties
(svp o.v.v. REACTIE BITS en je naam)
Back to Bits