Van Keith Haring herinner ik me een enorm groot werk dat tegen het
plafond in één van de zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam
bevestigd was. Honderden “poppetjes” omgeven door tal van illustratieve
strepen, punten en kleuren dansten over het oppervlak. Om uren naar te
staren.
Van geheel andere aard zijn de geborduurde afbeeldingen van Tscheu
Siong (1947), een Lao kunstenares die ik vorige maand ontmoette. Toch
gingen mijn eerste gedachten meteen naar de beelden van Haring.
Siong maakt fantasiefiguren waaraan ze zelf spirituele krachten
toedicht. Haar (overleden) echtgenoot was de dorps sjamaan, wat mede
heeft bijgedragen aan het betekenis geven van wat wordt verbeeld in
haar werk.
In plaats van graffiti of schilderwerk, borduurt Siong haar
afbeeldingen op kleine en grote doeken met heldere kleuren en prachtige
ornamenten. Het meest getroffen werd ik echter door haar openhartige
vertellingen over de aard van haar werk; de lading die ze toedicht aan
alle symbolische details, alsof het altijd al zo is geweest.
Hoe twee zo uiteenlopende culturen in beeldtaal elkaar raken.
Tscheu Siong (1947)
|
Recente BITS:
Bits 28-08-26
Bits 21-08-26
Bits 14-08-26
Bits 07-08-26
|